Soms heb ik gewoon een mens nodig.
Niet om iets op te lossen. Niet om me te overtuigen dat het wel meevalt. Gewoon iemand in mijn nabijheid.
Er zijn momenten waarop ik alles “juist” doe.
Ik neem rust, ik adem bewust, ik probeer mijn hoofd stil te krijgen. En toch blijft er iets in mij onrustig.
Tot ik bij de juiste persoon ben. Dan zakt het. Zonder moeite. Zonder uitleg. Alsof mijn lijf zegt: ah… dáár ben je.
Vroeger was dat mijn Mama.
Studeren deed ik het liefst in haar buurt. In de keuken, op haar terrein, met mijn boeken in mijn handen en mijn zenuwstelsel ergens achter haar aan. Ik studeerde niet met haar, maar wel duidelijk bij haar. Alsof mijn lijf pas durfde te landen wanneer zij in de buurt was. Wanneer er iets was, wanneer ik overprikkeld was of het allemaal te veel werd, kon alleen zij mij écht tot rust brengen.
Nu zie ik hetzelfde bij mijn kinderen. In hun aanwezigheid voel ik een diepe kalmte en veiligheid die niemand anders me kan geven. En ook bij mijn lief: niets is zo regulerend als in zijn armen zijn, samen wandelen, samen gewoon… zijn. Dan voelt het alsof er een zachte deken over mijn systeem wordt gelegd. Geen mindfulnessoefening die daartegenop kan.
Lang heb ik gedacht: zou ik dit niet alleen moeten kunnen?
Is het geen teken van afhankelijkheid, dat mijn rust zo verbonden is met anderen? Moet ik dit niet gewoon “zelf leren doen”?
Tot ik het begon te bekijken door de bril van het zenuwstelsel.
Wat hier gebeurt, heet co-regulatie.
Ons autonome zenuwstelsel is niet gemaakt om alles alleen te dragen. Het is ontworpen om te reageren op veiligheid in relatie. Wanneer je bij iemand bent bij wie je je gezien, gedragen en niet beoordeeld voelt, hoeft je lichaam niet langer op waakstand te staan. Het hoeft niet te blijven scannen: Ben ik hier veilig? Moet ik me aanpassen? Moet ik sterk zijn?
Heel eenvoudig gezegd: je zenuwstelsel is een sociaal systeem.
Het leest gezichten, stemmen, lichaamstaal en nabijheid. En wanneer het signalen van veiligheid oppikt, mag het uit de “alertstand” zakken. Adem verdiept, spieren verzachten, gedachten worden stiller. Niet omdat je er hard voor werkt, maar omdat je lichaam herkent: hier is het oké.
Dat ik dit vroeger bij mijn Mama vond, is geen toeval. Dat is hechting. Dat is regulatie. Dat is thuis.
Dat ik het nu ervaar bij mijn kinderen, raakt me misschien nog het meest. Ik bén voor hen veiligheid, en tegelijk spiegelen zij die veiligheid weer naar mij terug.
En in mijn relatie voel ik datzelfde: een plek waar ik niets hoef te bewijzen, waar ik niet hoef te dragen, waar ik mag bestaan. Een plek waar mijn zenuwstelsel eindelijk zijn schouders laat zakken. (Ja, blijkbaar had het die al die tijd stiekem opgetrokken.)
Voor mensen met een gevoelig zenuwstelsel – en zeker voor wie gewend is om te zorgen, af te stemmen, sterk te zijn – is dit essentieel. We hebben niet alleen rust nodig. We hebben relational safety nodig: rust in relatie.
Toch zie ik in mijn praktijk hoe vaak mensen zichzelf hierop afkeuren.
“Waarom kan ik niet gewoon alleen tot rust komen?”
“Waarom heb ik iemand anders nodig om me veilig te voelen?”
“Is dat niet zwak?”
Maar misschien is het net andersom. Misschien is dit geen tekort, maar een herinnering aan iets fundamenteel menselijks:
wij zijn geen eilanden.
Zelfregulatie is belangrijk. Leren luisteren naar je lichaam, je grenzen voelen, vertragen – dat blijft waardevol.
Maar zelfregulatie is leren jezelf tot rust brengen, terwijl co-regulatie betekent dat je zenuwstelsel soms pas écht ontspant in contact – en het ene hoeft het andere niet te vervangen, ze mogen naast elkaar bestaan.
Co-regulatie is geen tussenstap die je moet “ontgroeien”. Het is geen kruk die je ooit hoort weg te gooien. Het is een basisbehoefte. Een zachte waarheid: sommige delen in ons helen niet in afzondering, maar in verbinding.
En misschien herken jij het ook.
Dat ene gesprek waarin je pas weer kan ademen.
Die ene persoon bij wie je schouders vanzelf zakken.
Dat gevoel: ik ben hier veilig, ik hoef even niets.
Dan is dat geen zwakte.
Dat is je zenuwstelsel dat zegt: hier mag ik landen.
Zorg goed voor die plekken. Voor die mensen.
Niet omdat je zonder hen niets bent, maar omdat je lichaam in hun nabijheid mag zijn wie het altijd al was: ontspannen, aanwezig, mens.
Reactie plaatsen
Reacties