Over afscheid… en waarom we het zo zelden kunnen “nemen”

Gepubliceerd op 14 januari 2026 om 10:00

We zeggen het zo vanzelfsprekend: afscheid nemen.
Alsof het iets is wat je vastpakt, zorgvuldig inpakt en op het juiste moment weer loslaat.

Maar de afgelopen week werd ik opnieuw met iets anders geconfronteerd.
We moesten onverwacht afscheid nemen van een collega. Geen voorbereiding. Geen afronding. Geen “ik bel je nog”. Gewoon: ineens niet meer.

En telkens wanneer zoiets gebeurt, voel ik het weer in mijn lijf. Niet als paniek, niet als drama. Maar als een diepe, stille angst die al lang met me meereist:
wat als iemand die ik graag heb, er plots niet meer is?

Ik ben niet bang uit gewoonte.
Ik ben geen hypochonder. Geen doemdenker.
Maar mijn verleden heeft me wel iets geleerd: mensen verdwijnen soms zonder waarschuwing. Zonder dat je afscheid kan nemen. Zonder dat je nog iets kan zeggen.

Van sommige mensen in mijn leven heb ik écht afscheid kunnen nemen. Bewust. Met tijd. Met woorden. Met handen die elkaar vasthouden.
Maar veel anderen waren er… en toen ineens niet meer.
En dat laat sporen na. In je hart, maar vooral in je zenuwstelsel.

Mijn systeem lijkt sindsdien altijd een beetje op scherp te staan wanneer het gaat over wie me dierbaar is: mijn Kids, mijn ouders, mijn broer, mijn lief.
Niet omdat ik hen wil vasthouden uit angst. Maar omdat mijn lijf heeft geleerd dat verbinding ook kwetsbaar is. Dat liefde geen garantie is op “nog even”.

Wat me daarin het meest raakt, is dit:
we spreken over afscheid alsof het iets actiefs is – iets wat je neemt.
Maar in werkelijkheid wordt afscheid vaak van je afgenomen.

Je krijgt het niet altijd op een moment dat je er klaar voor bent.
Je kan het niet plannen. Niet timen. Niet mooi afronden.

En toch…
Tussen dat onverwachte verlies door groeit bij mij ook iets anders: een scherp besef van aanwezigheid. Van hoe kostbaar het is dat iemand er nu is. Vandaag. Deze ademhaling. Dit gesprek.

Misschien maakt mijn geschiedenis me niet angstiger, maar alerter.
Niet op wat kan mislopen, maar op wat er is.

Ik merk dat ik mensen niet meer vanzelfsprekend vind.
Dat ik sneller zeg wat gezegd moet worden.
Dat ik soms stil word in bijzijn van wie ik liefheb – niet omdat ik niets te zeggen heb, maar omdat het moment op zichzelf al genoeg is.

En ja… dat maakt het leven soms kwetsbaar.
Maar ook rijk.

Afscheid “nemen” lukt mij zelden.
Maar aanwezig zijn, zolang het kan – dat kan ik wel.

En misschien is dat uiteindelijk de enige vorm van afscheid die we écht in handen hebben.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.