Over psychiatrie, het zenuwstelsel en wat ik elke dag zie
Er zijn zinnen die ik in mijn werk vaak hoor.
“U bent psychosegevoelig.”
“Dit past bij een stemmingsstoornis.”
“Dit lijkt op persoonlijkheidsproblematiek.”
En steeds vaker denk ik dan:
Maar wie is deze mens onder dat label?
En: Wat heeft dit lichaam allemaal moeten dragen?
Ik schrijf dit niet vanuit kritiek, maar vanuit wat ik dag na dag zie —
op mijn werk én in mijn eigen praktijk.
Twee groepen die mij blijven raken
In mijn dagelijkse realiteit zie ik eigenlijk steeds opnieuw twee grote groepen mensen.
De eerste groep bestaat uit mensen bij wie vooral naar de diagnose wordt gekeken.
Waar het gesprek blijft hangen in symptomen, classificaties, behandelprotocollen.
Waar zelden echt wordt stilgestaan bij de mens onder het label — laat staan bij de lagen van onveiligheid, stress en trauma die dat lichaam ooit hebben gevormd.
Daar hoor ik zinnen als:
“Zo ben ik nu eenmaal.”
“Mijn brein werkt gewoon niet goed.”
“Ik moet leren leven met wat ik heb.”
Niet als aanvaarding, maar als berusting.
En vaak ontbreekt daar iets wezenlijks:
het verhaal van het zenuwstelsel.
Voor sommige hulpverleners is dat nog altijd een nauwelijks gekend terrein.
Terwijl het net daar is dat zoveel antwoorden liggen.
De tweede groep zie ik letterlijk voor mijn ogen opleven.
Dat zijn de mensen met wie ik wél vanuit het zenuwstelsel mag werken.
Die voor het eerst begrijpen waarom hun lichaam zo snel in alarm schiet.
Waarom ze overspoeld raken.
Waarom rust niet vanzelfsprekend voelt.
Waarom “gewoon anders denken” zo weinig helpt.
Ik zie hen — op het werk én in mijn praktijk — langzaam iets terugvinden wat vaak lang zoek is geweest:
een gevoel van regie.
Niet omdat hun klachten ineens verdwijnen.
Maar omdat ze zichzelf niet langer zien als “defect”, “te gevoelig” of “problematisch”.
Ze begrijpen: “Mijn systeem heeft ooit moeten overleven.”
En dat verandert alles.
Trauma is geen etiket, maar een toestand van het lichaam
Trauma is niet alleen wat er is gebeurd.
Het is wat er is blijven leven in het zenuwstelsel.
In ademhaling.
In spierspanning.
In prikkelverwerking.
In alertheid.
In de mate waarin iemand zich veilig kan voelen — in zichzelf en bij anderen.
Wat vaak benoemd wordt als:
-
herbeleving,
-
dissociatie,
-
emotionele schommelingen,
-
controle, vermijding of overaanpassing,
zijn in mijn ogen zelden “stoornissen in de kern”.
Het zijn overlevingsreacties van een systeem dat ooit niet veilig was.
Niet zwakte.
Niet karakter.
Maar biologie.
En nee: je hoeft geen “stinkende potjes” open te trekken
Wat ik hier heel bewust wil zeggen:
werken met het zenuwstelsel betekent níét dat mensen telkens opnieuw hun trauma’s moeten oprakelen.
Integendeel.
Het mooie aan deze manier van werken is juist dat:
-
trauma erkend wordt,
-
zonder dat iemand zijn hele verhaal telkens opnieuw moet doorleven,
-
zonder dat oude wonden worden opengereten “omdat het moet”.
We werken niet met hertraumatisering.
We werken met regulatie, veiligheid en draagkracht.
Met leren voelen wat spanning is — en wat ontspanning.
Met het vergroten van het venster waarin iemand zichzelf kan blijven.
Met co-regulatie, vertraging, en stap voor stap weer contact maken met het lichaam.
Niet terug naar wat was.
Maar naar wat nu mogelijk is.
Wat er verandert wanneer het zenuwstelsel wél wordt meegenomen
Wanneer mensen begrijpen wat er in hun lijf gebeurt:
-
wordt hun gedrag niet langer iets om zich voor te schamen,
-
worden hun reacties niet meer alleen “symptomen”,
-
en ontstaat er ruimte voor mildheid.
Ik hoor dan:
“Dus ik ben niet kapot…”
“Mijn lichaam probeert me te beschermen…”
“Ik kan hier iets in leren voelen en bijsturen…”
Dat is geen snelle oplossing.
Maar het is wél een andere uitgangspositie.
Niet: “Ik moet leren leven met mijn stoornis.”
Maar: “Ik mag opnieuw leren leven in mijn lichaam.”
Tot slot
Psychiatrie heeft veel waarde.
Maar wanneer trauma en het zenuwstelsel geen wezenlijke plaats krijgen in de basis, blijven we soms mensen benaderen alsof hun lichaam geen geschiedenis heeft.
En precies daar wringt het voor mij.
Ik zie elke dag wat er gebeurt wanneer we niet alleen vragen:
“Welke diagnose past hierbij?”
maar ook:
“Wat heeft dit systeem moeten doorstaan?”
En ik zie wat er mogelijk wordt wanneer mensen hun lichaam opnieuw leren begrijpen.
Niet om alles te verklaren.
Niet om verantwoordelijkheid weg te nemen.
Maar om het menselijke terug te brengen waar het te vaak verdwijnt.
Misschien is dat waar herstel begint:
niet bij het label,
maar bij veiligheid.
Reactie plaatsen
Reacties