Ruimte innemen zonder harder te worden.

Gepubliceerd op 4 maart 2026 om 10:00

Over veiligheid, ruimte innemen en waarom groei niet altijd voelt als verandering...

Lange tijd dacht ik dat persoonlijke groei betekende dat je “meer jezelf” wordt.

Alsof er ergens een zuivere kern ligt die je moet uitgraven.
Alsof je na genoeg zelfreflectie, therapie en podcasts eindelijk bij de “definitieve versie” van jezelf uitkomt.

(Spoiler: die versie blijkt geen eindstation te zijn.)

De laatste tijd voelt het anders.

Ik ben niet méér mezelf geworden.
Ik ben ruimer geworden.

Vroeger zou ik mezelf omschreven hebben als de stille dromer.
Observerend. Gevoelig. Eerder zacht dan scherp.

Dat klopt nog steeds.

Maar er is iets bijgekomen.
Een drogere humor. Een lichte ironie. Het vermogen om het absurde van het leven te zien en te denken: ah ja, natuurlijk gebeurt dit weer — zonder meteen in oververantwoordelijkheid te schieten.

Dat stuk zat er al.
Het had alleen minder ruimte.

En hier wordt het interessant — ook vakinhoudelijk.

In mijn werk rond stress- en prikkelregulatie spreek ik vaak over het zenuwstelsel.
Over hoe delen van ons gedrag geen karaktertrek zijn, maar een staat van activatie.

Wanneer je systeem veel in alertheid staat, wordt je wereld smaller.
Je reacties worden voorzichtiger. Serieuzer. Gerichter op veiligheid.

Dat is geen zwakte. Dat is neurobiologie.

Maar wanneer je zenuwstelsel zich veiliger voelt — door zelfwerk, inzicht, lichaamsbewustzijn én door veilige verbinding — gebeurt er iets anders.

Je wordt niet iemand anders.
Je krijgt speelruimte.

Humor is daar een mooi voorbeeld van.

Zeker droge of zwarte humor.
Die vraagt namelijk regulatie. Een klein beetje afstand. Genoeg innerlijke stevigheid om het leven te bekijken zonder erin kopje onder te gaan.

Je kan pas relativeren wanneer je systeem niet in overlevingsmodus staat.

 

Wat ik zelf ervaar — en wat ik ook bij cliënten zie — is dit:

Sommige delen van ons worden pas zichtbaar in relatie.
Niet omdat de ander ze creëert.
Maar omdat ons systeem zich veilig genoeg voelt om ze te tonen.

Door iemand die je ziet in je zachtheid én in je scherpte — en daar niet van schrikt.
Sterker nog: het leuk vindt.

Dat klinkt misschien eenvoudig.
Maar voor een zenuwstelsel is dat revolutionair.

Veel mensen wachten (onbewust) op externe toestemming om ruimte in te nemen.
Om minder ernstig te zijn.
Om minder perfect te moeten reageren.
Om zachter of juist scherper te mogen zijn.

Alsof iemand eerst moet bevestigen:
Je bent veilig. Je mag wat ruimer worden.

En soms gebeurt dat ook letterlijk in relatie.
Maar uiteindelijk is het geen toestemming van de ander die het werk doet.

Het is het zenuwstelsel dat leert:
Ik hoef mezelf niet meer te vernauwen om erbij te horen.

Want veiligheid vernauwt niet.
Veiligheid verruimt.

En verruiming voelt niet spectaculair.

Het voelt bevrijdend.
Alsof er zuurstof bijkomt. Alsof je vleugels krijgt — zonder dat je plots moet leren vliegen in tegenwind.

Misschien is volwassen groei dus niet: “meer jezelf worden”.

Misschien is het:
de delen die altijd al aanwezig waren eindelijk toestemming geven om mee aan tafel te zitten.

En misschien herken je dat wel —
dat er ergens in jou ook nog een stuk wacht
dat niet méér moet worden,
maar gewoon wat ruimer mag ademen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.