Geen eindbalans, wel een eerlijke tussenstand

Gepubliceerd op 31 december 2025 om 10:00

De laatste dagen van december hebben iets vreemds.
Alsof heel het jaar plots naast je komt zitten met een warme chocomelk en zegt:
“Wel… zullen we eens even praten?”

En daar zit je dan — tussen een half opgegeten pak kinderchocolade, kerstmuziek op de achtergrond, en een zenuwstelsel dat niet zeker weet of het moet ontspannen of zich schrap moet zetten. Want eerlijk? Oudjaar is voor veel HSP’s, INFJ’s en mensen-met-een-overactieve-innerlijke-analysecommissie een soort checkpoint.

En dus: de balans van 2024.

Werk: waar ik meer mensen begeleidde, maar ook mezelf tegenkwam

In mijn job als psychiatrisch verpleegkundige en als stress- en prikkelregulatiecoach heb ik dit jaar opnieuw gezien hoe ongelooflijk complex en kostbaar het zenuwstelsel is.
Ik zag mensen opengaan, dichtklappen, weer openbreken, en opnieuw ademen.
Soms zacht. Soms schurend. Soms alles tegelijk.

En ik?
Ik heb geleerd dat ik niet buiten dit proces sta.
Ik kan andere mensen begeleiden, maar ik moet ook voor mezelf de pauzeknop blijven zoeken — en indrukken. (Spoiler: dat lukt niet altijd. Mijn uitstelgedrag en ik hebben een jaarabonnement op elkaars gezelschap.)

Coachpraktijk: zoveel dankbaarheid dat mensen mij vertrouwen

Er zijn momenten geweest waarop ik na een sessie dacht:
“Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat ik dit mag doen? Dat mensen mij hun verhaal geven en ik hun kompas mag helpen verfijnen?”

En tegelijk is er altijd die andere stem:
“Doe ik genoeg? Ben ik genoeg?”

Ik heb dit jaar geleerd dat die vraag niet verdwijnt — maar dat ze zachter wordt als ik haar niet meer zie als een tekort, maar als een uitnodiging om mens te blijven.

Mijn kinderen: groeien loslaten terwijl je hart meegroeit

Dit jaar voelde ik nog scherper hoe ouderschap geen rechte lijn is, maar een voortdurend bijstellen van nabijheid en loslaten.

Eentje is intussen meerderjarig.
Universiteitsstudent.
Eigen mening, eigen tempo, eigen wereld die steeds groter wordt.
En ook al wist ik verstandelijk dat dit moment ooit zou komen, toch deed het iets met mijn zenuwstelsel — en met mijn hart.
Want ergens tussen trots en bewondering sluipt ook die stille vraag:
Heb ik genoeg meegegeven? Kan ik haar nu écht laten gaan zonder mezelf te verliezen?

De andere wordt binnenkort zestien.
Een kop groter dan mezelf en al zo serieus.
Een harde werker.
Zo eentje die je soms doet vergeten hoe jong hij nog is.
Alsof hij al één stap vooruitloopt op zijn leeftijd — met dat theoretisch rijexamen voor zijn brommer al op zak, voor een brommer die pas in 2026 komt.
En ja, ook dat doet iets met een moeder.
Het voelt tegelijk vertederend en confronterend om te zien hoe tijd vooruitloopt, ook als je hem af en toe graag even zou willen tegenhouden.

Ze groeien.
En ik groei mee — soms elegant, soms struikelend.

Maar wat ik wel zeker weet: we zijn een team, zelfs wanneer iedereen in een andere kamer zit.

Liefde: dat bijzondere, kwetsbare, onverwachte hoofdstuk

En dan… dat andere stuk.
Dat stuk waarvan ik nooit op papier benoem wie, wat, waar — maar waar iedereen die me een beetje kent, de contouren wel van voelt.
Liefde is dit jaar geen rechtlijnig verhaal geweest.
Het was intens. Warm. Confronterend. Helend. Soms zwaar. Vaak wonderlijk.

Wat me dit jaar misschien het meest geraakt heeft, is hoe liefde niet alleen veiligheid bracht, maar ook speelsheid.
Hoe er ruimte kwam voor dat stuk in mij dat ik lang had weggestopt.
Dat stukje dat te luid lacht.
Dat verhalen verzint.
Dat niet efficiënt hoeft te zijn om waardevol te mogen bestaan.

Ik voelde hoe mijn innerlijk kind — dat lang vooral had geleerd zich in te houden — voorzichtig weer naar voren kwam.
Niet omdat het moest, maar omdat het mocht.
Omdat er iemand was die niet schrok van mijn intensiteit, maar er nieuwsgierig naar keek.
En mij niet kleiner maakte, maar uitnodigde om mezelf ruimer te voelen.

Dat is geen klein ding.
Dat verandert iets fundamenteels.

Mijn lief heeft absoluut iets wakker gemaakt dat ik vergeten was:
dat zachtheid veilig kan zijn.
Dat ik niet “te veel” ben.
Dat ik wél genoeg ben.

En ikzelf: minder moeten, meer mogen

Ik ben dit jaar niet plots “af”.
Ik heb geen gouden knop gevonden waardoor alles licht en vanzelf gaat.

Maar ik heb wel geleerd dat ik niet harder hoef te worden om stand te houden.
Dat ik niet alles alleen moet dragen.
En dat mezelf serieus nemen soms net betekent: zachter zijn.

Ik heb dit jaar ervaren dat groei niet altijd luid is.
Soms is ze stil.
Soms zit ze in kleine momenten van vertrouwen.
Soms in het blijven staan, ook als het spannend is.

En misschien is dat wel voldoende.

Een vraag om zacht mee te nemen naar het nieuwe jaar

Wat in jou is dit jaar gegroeid zonder dat je het meteen doorhad —
en hoe kan je dat in 2026 een beetje meer ruimte geven?

 

Voor wie dit leest: een mild einde van dit jaar, en een begin waarin je niet meer moet zijn dan wie je al bent.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.