“Mijne kleinste,” zeg ik soms lachend.
Wat vooral grappig is, want Senne steekt ondertussen kop en schouder boven mij uit.
Als hij naast mij staat, voel ik mij soms eerder “de kleinste”.
Maar goed. In mijn hoofd blijft hij toch een beetje… mijne kleinste.
Vandaag wordt hij 16.
Een leuke gast. Een beetje stoer ook.
Hij heeft een moto gekocht (waarvoor hij vandaag hopelijk slaagt in zijn praktisch rij-examen — duimen maar).
Hij werkt elke woensdagnamiddag en zaterdag de hele dag in de beenhouwerij van de supermarkt. Een harde werker.
En zondag? Zondag is heilig. Dan wordt er gevist. Punt.
Op school doet hij het goed. Hij heeft bewust gekozen voor een praktische richting: hout. Niet “met het hoofd studeren”, maar met zijn handen leren. En eerlijk: ik bewonder dat. Die helderheid. Dat vertrouwen in wat bij hem past.
Al twijfelt hij nog tussen schrijnwerker of beenhouwer… maar dat zijn zorgen voor later.
Zestien is al genoeg werk op zich.
Wat ik misschien nog het meest bewonder, is hoe hij zich beweegt in zijn klas.
Er zitten een paar “Charels” tussen — je weet wel, van die jongens die van elke les een sport maken: hoe snel kunnen we de leerkracht op de kast krijgen?
Maar Senne slaagt erin om toch tussen de lijntjes te kleuren.
Niet braaf-braaf, niet buiten de groep vallen, maar ook niet mee het leven zuur maken.
Hij hoort erbij, zonder zichzelf kwijt te raken.
Dat is een talent. Een vorm van sociale intelligentie die je niet op punten krijgt, maar die je zenuwstelsel wél voelt.
En nu komt het mooiste:
Ondanks al dat stoere, dat werken, die moto, die zelfstandigheid…
…komt hij nog bijna elke dag zijn knuffel halen.
Even maar. Terloops. Alsof het niks is.
En toch is het alles.
Want dat is wat pubers ook doen: groter worden, loskomen, de wereld in stappen…
maar af en toe nog even terugkeren naar de plek waar hun zenuwstelsel ooit geleerd heeft:
hier is het veilig.
Jongeren hebben regulatie even hard nodig als kleine kinderen, alleen ziet het er vaak anders uit.
Het is niet altijd een knuffel of een open gesprek. Soms is het samen in dezelfde ruimte zijn, een korte blik, een grapje, een “alles oké?” dat eigenlijk betekent: ik ben er.
Hun zenuwstelsel zoekt nog steeds veiligheid, maar verpakt het in stoerheid, zelfstandigheid en af en toe een schouderophaal. En toch… onder die laag blijft dezelfde menselijke behoefte bestaan: ergens mogen landen.
Ook een jongen van zestien — met een moto en werkhanden — heeft soms gewoon nog een moment nodig van:
even landen. Even thuiskomen. Even niets moeten.
En voor mij als moeder is dat ook regulerend.
Ouderschap is één grote oefening in vasthouden en loslaten tegelijk.
In kijken hoe je kind groeit… en ondertussen voelen hoe jouw eigen zenuwstelsel meebeweegt:
trots, weemoed, spanning, liefde.
Vandaag is hij zestien.
Mijn kleinste.
Mijn grootste.
Een jongen onderweg.
En ik?
Ik blijf hier even staan, met mijn moederhart en mijn zenuwstelsel,
en ik denk:
Wat een geluk dat stoer en zacht gewoon samen mogen bestaan.
Gelukkige verjaardag, Senne. 🤍
Reactie plaatsen
Reacties